Tuesday, January 17, 2017

Column De Standaard 17/01/17: Waar links rechts vindt

Waar links rechts vindt

Er gaat geen week voorbij of er is wel iemand die tegen links fulmineert. Maar waarvoor staat links vandaag en wat maakt dat het zou falen?
Vooreerst dit. Rechtse standpunten innemen vraagt niet zoveel moed als sommigen laten uitschijnen. Het volstaat om mee te surfen op de golven van de tijd, want rechts is behoorlijk mainstream geworden. Wie tekeergaat tegen het zogeheten politiek correcte linkse denken krijgt vaak gehoor, want er wordt dezer dagen oorverdovend hard naar rechts geluisterd.
En de media? Die doen zelf duchtig mee. Zo kopte De Telegraaf vorige week ‘asielplaag’ op de voorpagina. Links is dat niet. Dat er een politiek correcte elite zou bestaan die doelbewust informatie filtert, zodat in mainstreammedia alleen linkse thema’s aan bod komen, klinkt daarom stilaan als een scheet in een lege fles. Dat linkse media fenomenen als Donald Trump niet ernstig nemen, is geen argument, want zowat alle media verkeken zich op deze schizoïde figuur. Of is Fox een linkse zender geworden?
Op ethisch vlak doet rechts hetzelfde als links op sociaal-economisch vlak: dingen bewaren
De kernvraag luidt: wat betekent het woord ‘links’ vandaag? In een notendop staat ‘rechts’ voor conservatief (bewaren) en ‘links’ voor progressief of liberaal (veranderen). De waarden die links traditioneel uitdraagt, zijn rechtvaardigheid, solidariteit en sociale gelijkheid. Die idealen mogen dan in oorsprong progressief zijn, net omdat ze vandaag onder druk staan, heeft links de neiging om ze te verdedigen. Daardoor is het vaak conservatief in de letterlijke betekenis van het woord: het wil verworven ideeën bewaren (conserveren).
Denk aan de sociale zekerheid. Links wil die intact laten omdat het decennia heeft gestreden voor verworven sociale rechten. Daarom pleit het, met het (terechte) oog op een leefbare samenleving, haast vanzelf tegen een bepaald soort van verandering. Uiteraard is dat niet op alle terreinen het geval. Het linkse pleidooi voor een andere omgang met het milieu is wel degelijk progressief omdat het verandering bepleit. Maar op andere terreinen probeerde links vaak te behouden wat het kon, zodat het niet langer vanzelfsprekend de leverancier van nieuwe ideeën is. Logisch: bij wie alleen conserveert, stolt het denken.
Vooral op sociaaleconomisch vlak komen nieuwe ideeën al een tijdje vanuit rechtse hoek, met telkens dezelfde boodschap: als we nu niets doen, volgt de Apocalyps. Voorstellen zoals meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt, de afschaffing van de Conventie van Genève of de activering van langdurig werklozen of zieken zijn allemaal ballonnetjes die ter rechterzijde worden opgelaten.
Op ethisch vlak zien we zowat het spiegelbeeld daarvan. Hoewel sommigen links verwijten het privilege op ethische waarden te claimen, heerst het waardediscours vooral ter rechterzijde. Links kiest daar voor de vlucht vooruit en pleit voor een open cultuur of superdiversiteit. Rechts daarentegen staat op de ethische rem, met pleidooien voor traditionele normen en waarden, de eigen cultuur of door wetgeving terug te schroeven die pakweg abortus legaliseert. Op ethisch vlak doet rechts hetzelfde als links op sociaaleconomisch vlak: dingen bewaren of herstellen om de boel bijeen te houden, eveneens in naam van een leefbare toekomst.
Het is dus maar de vraag wie progressief is en wie conservatief. Misschien hebben links en rechts meer gemeen met elkaar dan op het eerste gezicht lijkt? Hoewel de polarisering op een aantal vlakken groot is, delen ze een interessante paradox: ze hebben én angst voor verandering én ze eisen verandering. De angst voor verandering ontstaat telkens door wat de ander bepleit: links vreest wat rechts wil en omgekeerd. En de eis tot verandering ontstaat door de wederzijdse reflex van de tegenpartij om dingen te behouden. Omdat de een iets wil behouden, vreest de ander verstarring. En vice versa.
Denk aan betogingen: rechts komt doorgaans niet op straat om te betogen tegen lastenverlaging voor werknemers, een geglobaliseerde wereldeconomie en meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt – dat doen linkse syndicalisten in hun plaats – maar wel om te protesteren tegen vluchtelingen die onze jobs zouden afnemen. Allebei roepen ze dat door toedoen van de ander (dezelfde) jobs verloren gaan.
Links en rechts delen elkaars angst. Zo ligt alles bij voorbaat vast en worden alleen zij populair die drastische veranderingen bepleiten. De rest is vrij voorspelbaar. Laat me daarom eindigen met een cryptische gedachte van Søren Kierkegaard: ‘Eerst hij die door de angst wordt gevormd, wordt door de mogelijkheid gevormd.’
Een mogelijkheid is natuurlijk vaak veel moeilijker dan de werkelijkheid – die laatste is er al, de eerste moet je nog creëren. Anders gezegd: alleen door voortdurend te veranderen, kun je iets behouden. Progressieve gedachten bewaren, heeft iets van een museum voor actuele kunst: zodra je actueel werk tentoonstelt, wordt het museaal.

Monday, January 16, 2017

Rusteloosheid is genomineerd voor het beste spirituele boek 2017 (en dat voor een boek dat zeer kritisch is voor spiritualiteit

Koester je rusteloosheid! 'Rusteloosheid' van filosoof Ignaas Devisch op shortlist Beste Spirituele Boek 2017! Gefeliciteerd

Tuesday, January 3, 2017

Mijn 'kerststukje' in de Standaard, over de tragische moord op een schrijfster




Een township in Kaapstad. blg

Winnie Rust, ’n storie wat vertel moet word

Een arme zwarte jongen in Zuid-Afrika wordt geholpen door een rijke blanke vrouw, maar plots doodt hij haar. Komt het ooit nog goed met de regenboognatie? Ignaas Devisch denkt van wel.

Wie? Doceert medische filosofie en ethiek aan de UGent en de Artevelde­hogeschool en is ­columnist van deze krant.
Wat? Alleen als er politieke leiders opstaan die het landsbelang boven dat van hun portefeuille stellen, zullen zwarte kinderen het werk van Winnie Rust leren kennen.
In mei van dit jaar werd op klaarlichte dag in Wellington, Zuid-Afrika, de blanke Zuid-Afrikaanse schrijfster Winnie Rust (76) op vreselijke wijze thuis vermoord. Boven lag haar man te slapen. De daders waren twee zwarte mannen, Nigel Plaatjies (18) en zijn oom Johannes Plaatjies (34).
Ook deze moord werd geduid als een kleurenkwestie, dat is onvermijdelijk in Zuid-Afrika. Vóór de moord stond het verhaal van Winnie Rust en Nigel Plaatjies nochtans symbool voor de hoop van de regenboognatie: een arme zwarte jongen die door een vermogende blanke vrouw wordt gesteund, zodat hij op de sociale ladder kan klimmen en zijn familie een duwtje in de rug kan geven.
En dan dit. Is daarmee opnieuw alle hoop vervlogen dat het ooit goed komt met dit land? Dat zou veel te kort door de bocht zijn.
Ondanks de overheid en het geweld proberen de Zuid-Afrikanen toch vooruit te komen 
Aanvankelijk leek het duidelijk: oom Johannes had zich in zijn leven vooral bekwaamd in het opbouwen van een crimineel cv, waardoor algauw gezegd werd dat hij zijn jongere neef Nigel gepusht had om hem te helpen bij de moord, terwijl hij zichzelf daarna afzijdig zou hebben gehouden. Van die hypothese werd afgestapt omdat de verklaringen die Nigel aflegde zeer tegenstrijdig waren. Nigel werd van roofmoord beschuldigd en liet daarbij bitter weinig emotie zien. Tot vandaag is er nog geen uitspraak en kan het alle kanten op. Tragisch genoeg werd ­Nigel door Winnie financieel ondersteund om zijn studies af te werken en zijn talenten als atleet verder uit te bouwen. Ze geloofde in hem.
Omdat een naast lid van de familie tot mijn dichte vriendenkring behoort, ben ik sterk aangegrepen door deze tragedie. Wat bezielde de jongeman om de vrouw die zo in hem geloofde brutaal te beroven en te vermoorden? Daarnaast is er de prangende vraag die er maatschappelijk gesproken meer toe doet: is met deze moord nogmaals aangetoond hoe hopeloos Zuid-Afrika eraan toe is?
Ik denk van niet. Ja, Zuid-Afrika kent veel problemen en crimineel geweld staat daarbij voorop. Met een president die de familienaam Trump zou dragen mocht hij Amerikaan zijn, gaat het land niet de goeie kant op. Tientallen jaren van apartheid wis je niet zomaar uit. Om een samenleving ten gronde te veranderen zijn, behalve een goeie politieke structuur, ook charismatische leidersfiguren nodig. Zonder Desmond Tutu en Nelson Mandela zou het land vrijwel zeker in een gewelddadige burgeroorlog verzeild geraakt zijn. Door hun toedoen werd een waarheidscommissie aangesteld om een paar donkerzwarte bladzijden uit de periode van de apartheid om te slaan. Helaas heeft die periode geen navolging gekregen. Zuid-Afrika kent grote problemen en het ANC van Zuma kan zelfs niet met de schijn van een oplossing voor de dag komen.
Treinrit derde klasse
Indien de politiek vandaag geen antwoorden heeft, dan biedt de literatuur misschien soelaas. De hypothese dat de moord op Winnie de mislukking van de regenboognatie aantoont, wordt immers het meest tegengesproken door het werk van Winnie zelf. Ze is pas op latere leeftijd beginnen te schrijven en haar werk bestaat uit fijngevoelige verhalen over mensen die ze, ingebed in hun lokale context, op de voorgrond plaatst. Toen ik een paar jaar geleden in een antiekwinkel in Stellenbosch was, zag ik hoe een blanke vrouw er haar oudere zwarte dienster leerde schrijven. Ook daar, in dat achterkamertje, gebeurde Zuid-Afrika. Die ontroerende scène had zomaar uit een boek van Winnie Rust kunnen komen, bijvoorbeeld ­Martha. ’n Verhaal oor Martha Solomons, countess of Stamford.
Dit boek beschrijft hoe Harry Grey, een gewezen priester uit de Britse adelstand, een zwarte vrouw ontmoet, Martha Solomons, die als dochter van een vrijgestelde slaaf met Harry huwt en daardoor als eerste zwarte vrouw een Britse titel verwerft. Een van de vele interessante feiten is dat wanneer de Britse Queen op bezoek komt Martha nog een treinticket voor de derde klasse moet vragen, want, had antie Clara gezegd: jy moet onthou om derde klas te vra, Martha, onse mense mag niet ’n ander klas reis nie. Maar helemaal aan het eind van het verhaal is sy nie meer Martha met die kopdoek en die kaalvoet vir wie die Ingelsman agter glas sê om derdeklas te reis nie. Pas dan beseft ze ook hoe baie geld zo’n treinticket wel kost en hoe haar situatie ten gronde is veranderd.
Uitzicht op beter leven
Winnie’s verhalen alleen zullen Zuid-Afrika er niet bovenop helpen, maar toch. In Zuid-Afrika hangt alles samen: de problemen zijn immens, maar tegelijk is dit land niet bereid om zich zomaar te gronde te richten. Daarvoor is er te veel wilskracht om er iets van te maken en niet ten onder te gaan aan de cynische toon die velen na de moord op vrouwen als Winnie aanslaan. Ook het boek Martha leest als het verhaal van iemand met een enorme innerlijke kracht die, tegen alles en iedereen in, toch staat waar ze wou staan. Want ook dat is Zuid-Afrika: ondanks de overheid en het geweld, toch vooruit proberen te raken.
Winnie’s verhalen moeten blijven verteld worden, keer op keer. Zoals inMartha zelf te lezen staat: Dis ’n ­storie wat mens niet onaangeraak laat nie. Dis ’n storie wat vertel moet word. Maar alleen als er morgen opnieuw politieke leiders opstaan die het landsbelang boven dat van hun portefeuille stellen, bestaat de kans dat ook zwarte kinderen van vandaag haar werk leren kennen. Dan zullen ze, naast de verslagen in de krant over die vreselijke moord op haar, ook kunnen lezen hoe belangrijk het sociale weefsel is om als individu, zwart of blank, niet in de goot te blijven zitten.
Natuurlijk is er veel meer nodig dan literatuur alleen. De townships zijn er, het geweld blijft ongemeen sterk aanwezig en opklimmen op de sociale ladder blijft voor zwarten veel te afhankelijk van mensen als Winnie Rust, mensen die zich bekommeren om het lot van één jongen. Er zijn miljoenen van zulke jongens. Het beleid van Zuma schiet schromelijk tekort. De massa paupers heeft geen uitzicht op een beter leven. Ook hiervoor geldt hetzelfde motto: Dis ’n storie wat vertel moet word.

Tuesday, December 20, 2016

Column in De Standaard van 20/12/16 (over Aleppo en misdrijven tegen de menselijkheid)

Wat is dat toch, menselijkheid?

Terwijl veel mensen in dit land zich uitsloven in een symptoomdebat over een visum, worden in Aleppo gruwelijke misdaden gepleegd. Initiatieven zoals Stop the slaughter in Aleppo maken zelfs gewag van misdrijven tegen de menselijkheid. Maar waarvoor staat dat, de menselijkheid van de mens?
Mensheid of menselijkheid, het zijn categorieën uit ons rechtsbestel die in hoge mate bezwangerd zijn van moraal. Ze staan voor het respect voor de mens als mens, ongeacht de cultuur waarin elkeen geboren is. De specifieke categoriecrime against humanity (misdrijf tegen de menselijkheid) duikt de eerste keer op in 1915 bij de veroordeling van de Armeense genocide, uitgevoerd door Turkije. Toen sprak men over misdrijven tegen de beschaving en de menselijkheid. Dit wordt pas goed en wel uitgewerkt na de Tweede Wereldoorlog tijdens het fameuze tribunaal van Nürnberg in 1945, vanuit het aanvoelen dat naast de bestaande juridische categorieën – misdaden, oorlogsmisdaden – een nieuwe categorie nodig was om die misdaden aan te duiden die ingaan tegen de ‘wetten van de menselijkheid’.
Daarom, zo schreef filosofe Hannah Arendt in haar roemruchte Eichmann in Jerusalem (1963), moeten we de Endlösung van het nationaalsocialisme omschrijven als ‘een misdaad tegen de menselijkheid, uitgevoerd op het lichaam van het joodse volk’. Arendt vond het cruciaal om een verbinding te kunnen leggen tussen het collectieve misdrijf en de menselijke daders erachter. Zo kunnen ambtenaren zoals Eichmann zich niet langer verschuilen achter het excuus dat ze alleen bevelen hebben uitgevoerd.
Zodra je daders ‘onmensen’ noemt, is alles mogelijk
Niettemin is het altijd vaag gebleven wat we onder menselijkheid moeten verstaan. Joseph de Maistre, befaamd tegenstander van de Franse Revolutie en de idee van mensenrechten, liet ooit optekenen: ‘Ik heb in mijn leven Fransen, Italianen en Russen ontmoet, maar de mens, dat verklaar ik plechtig, heb ik nog nooit ontmoet.’ Dat is een rake observering, maar zo gaat het nu eenmaal met ons denkapparaat: zodra we nadenken, struikelen we over onze abstracties. Wie heeft ooit hét toeval, dé liefde of dé rechtvaardigheid ontmoet? En toch doen we niet anders dan in naam ervan spreken.
Maar wat moeten we met ‘wetten van de menselijkheid’? Is het zinvol om het abstracte idee menselijkheid op te voeren in de strijd tegen een systematisch uitgewerkte vorm van geweld tegen een volk of een groep van mensen? De zinvolheid hangt samen met het risico op uitholling ervan. Indien we ervan uitgaan dat de mens een specifieke soort vormt waarvan alle leden iets delen met elkaar, dan lijkt het gepast dat we een bepaalde soort van politiek georganiseerd misdrijf omschrijven als misdrijf tegen de menselijkheid.
Arendt wist het maar al te goed: de geschiedenis van de mensheid is geen proces van voortdurende vervolmaking. Daarom is het goed om een politiek-juridische categorie achter de hand te houden om het allerergste waartoe de mens in staat is – zichzelf vernietigen door bijvoorbeeld een groep mensen als inferieure wezens te behandelen – tegen te gaan. Dan staat de status van de mens zelf op het spel.
Tegelijk bestaat het risico op uitholling van het begrip misdrijf tegen de menselijkheid, want tot nu toe is er geen duidelijke consensus over de invulling ervan. Omdat het een vage term is, kun je hem in potentie toepassen op alle als inhumaan omschreven daden. Dan zou, bij wijze van karikatuur, ook het doden van een giraf een misdrijf tegen de menselijkheid kunnen zijn omdat het de waardigheid van de mens ondergraaft.
Niet dat we dit moeten goedpraten, maar er is een keerzijde aan een te ruime toepassing van deze categorie. Indien we alle misdrijven als inhumaan omschrijven, dreigen we in naam van de menselijke waardigheid bijzonder veel geweldplegers als onmensen te omschrijven. En dat is allesbehalve onschuldig, want zodra je daders ‘onmensen’ noemt, is alles mogelijk. Dan zijn ze ‘monsters’ of ‘beulen’ die we volstrekt criminaliseren en vaak op hoogst inhumane wijze behandelen. De schandvlek Guantanamo Bay is daar het beste bewijs van: daar is in naam van humane principes een zone gecreëerd waarin men erop los heeft gefolterd en zich aan alle internationale rechtsregels heeft onttrokken.
Voor deze ontsporingen heeft de Franse filosoof Alain Finkielkraut ons al gewaarschuwd: als we de categorie ‘misdrijf tegen de menselijkheid’ louter sentimenteel invullen, dromen we van de mogelijkheid dat we ooit, als we maar allemaal voldoende mens zijn, geen wrede daden meer zullen plegen en alle Menschen Brüder worden. Net dan dreigen we, op weg ernaartoe, nog wredere straffen dan voorheen uit te delen. Getuige Guantanamo Bay. Dan plaatsen we in naam van de menselijkheid gedetineerden buiten de rechtsorde, om ze vervolgens inhumaan te behandelen. Terwijl we voorheen politieke vijanden binnen een welomschreven juridisch kader bestraften en ze nooit buiten de humane orde plaatsten. Ze waren vijanden maar mensen, geen monsters.
Voor Finkielkraut is het daarom duidelijk dat we politiek beter niet vervangen door sentimentele moraal. Het ergste geweld komt niet voort uit de tegenstellingen tussen mensen, maar uit de overtuiging dat men hen daar voorgoed van kan verlossen.

Thursday, December 8, 2016

Geen enkel kind wordt beter in de isoleercel

Na de studiedag in het Vlaams Parlement van 1 december, schreven Freya Vandenbossche, Ariane Bazan, Trees Traversier en mezelf een stuk om de afschaffing van de isoleercel te bepleiten.


Hieronder het stuk. Wie het wil ondertekenen kan dit hier:



Eén op de vijf kinderen in de jeugdzorg zat vorig jaar minstens één keer helemaal alleen in de isoleercel, soms vastgebonden aan het bed (DS 5 december). Geen enkel kind wordt daar beter van. Integendeel: het is eerder de garantie op een nieuw trauma. De wetenschap is eensgezind: isolatie helpt níét. Dat het desondanks gebeurt, is een van de vele ongemakkelijke waarheden van onze jeugdzorg. Ook hulpverleners doen er liever geen beroep op. Velen doen erg hun best het tot een strikt minimum te beperken. En er zijn andere opties, zo bleek vorige week nog op een studiedag die we organiseerden over dwang in de jeugdzorg. De Noorse professor Einar Heiervang getuigde dat eenzame opsluiting in zijn land verboden is voor kinderen onder de 16. Op crisismomenten worden de kinderen wel afgezonderd van de groep, maar altijd in het gezelschap van een begeleider. Een Vlaamse psychiater met veel ervaring in de jeugdhulp, verklaarde dat zij geen gebruikmaakt van isoleercellen. Iemand anders vertelde dat in zijn instelling de isoleercel door verbouwing een tijdje buiten gebruik was. Telkens bleek: makkelijk was het niet, maar dat is isoleren evenmin.
Ook in Vlaanderen kunnen we evolueren naar een volledige afbouw van het eenzaam opsluiten van jongeren en kinderen. Als we maar willen. Volgens een directeur van een orthopedagogische instelling en stafmedewerkers van een groot psychiatrisch centrum is de belangrijkste trigger voor zo'n omslag de mindset, de mensvisie die in de instelling wordt gedeeld.
Die omslag houdt onder meer in dat het directe onvermogen om de ontreddering of de hoge emotie van een kind op te lossen, niet als een mislukking wordt beleefd: gevoelens van machteloosheid zijn onvermijdelijk. Een ex-patiënte getuigde met veel pijn dat van alle ontberingen in isolatie de eenzaamheid het ondraaglijkst was; een familielid beschreef hoe een jong meisje na eenzame isolatie
maandenlang geen woord meer sprak. Als het gaat over psychische ontreddering zijn 'er zijn' en te allen tijde bij de patiënt blijven belangrijker dan het probleem beheersen. Dat besef staat soms haaks op het huidige bemeesteringsideaal. Een architecte in de zaal legde uit hoe met minimale investeringen in bestaande infrastructuren afzonderingsruimtes tot comfortabele, rustige
omgevingen kunnen worden omgebouwd.
De taak van de overheid en van de gemeenschap is duidelijk: er moet voldoende geïnvesteerd worden opdat hulpverleners in staat zouden zijn om bij een ontredderd kind te blijven. Er moet aandacht gaan naar het specifieke karakter van de geestelijke gezondheidszorg, zodat hulpverleners ruimte en steun krijgen om het anders aan te pakken. Naar Noors voorbeeld kan een verbod op eenzame opsluiting onder de 16 jaar aan instellingen steun bieden om zo'n omslag waar te maken. Als het in het buitenland kan, in het belang van kinderen én personeel, waarom zou het dan hier niet kunnen?

Freya Van den Bossche (Vlaams Parlementslid SP.A), Ariane Bazan (hoogleraar klinische psychologie, ULB), Ignaas Devisch
(UGent en Arteveldehogeschool, Medische filosofie en ethiek), Trees Traversier (klinisch psychologe en psychoanalytica)
Voor de volledige lijst ondertekenaars zie standaard.be/isoleercel

Tuesday, December 6, 2016

Column De Standaard 061216: waarom Trump geen nazist maar een narcist is

Ik ben die ik ben

In een recent interview voor Al Jazeera slaat de Amerikaanse criticus Noam Chomsky de nagel op de kop: het is verkeerd een ideologie aan Trump te kleven, of dat nu nazisme of fascisme is, ‘Trump heeft geen andere ideologie dan zichzelf’. Dat maakt van hem een totaal nieuw fenomeen.
Onlangs beëindigde een kleine menigte een tumultueus politiek treffen met ‘heil Trump’. Dat voedde de overtuiging van vele critici dat Trump zelf een nazi is, waardoor we zijn aanbeland in een zoveelste rondje ‘de jaren 30 staan opnieuw voor de deur’. De slogan ‘heil Trump’ maakt van de president elect zelf geen nazi. Ook al valt de sympathie van nazi-groeperingen je niet zomaar te beurt, een nationaalsocialist kun je hem bezwaarlijk noemen. Een fascist is hij evenmin. Daar zijn wat meer voorwaarden voor nodig, zoals het consequent aanhangen van een ideologie. Van deze president elect weet je niet eens of hij überhaupt ideeën heeft en zijn stellingen gaan alle kanten tegelijk op.
Wat is hij dan wel? Een populist? Ook die term is ongelukkig, want natuurlijk is Trump geen man van het volk. Het enige -isme dat we op hem kunnen toepassen, is narcisme. Hij heeft interesse in politiek omdat het geld en macht oplevert en dus zijn ego dient. Als een klein jongetje dat nooit geleerd heeft zijn driftleven in te perken, grijpt hij naar wat hem interesseert. Of het vrouwenborsten zijn of geld, hij scharrelt ernaar.
Natuurlijk is Trump geen man van het volk
Een ander misverstand is dat deze vastgoedmagnaat naar het volk heeft geluisterd. Zijn persoonlijke haat viel gewoon samen met de woede die er jarenlang is ingepompt bij een deel van de Amerikaanse bevolking. Voortbouwend op een duurzaam aangeprate haat tegen het systeem door een leugenfabriek als Fox News of een zweeppartij als de Tea Party, heeft hij een deel van het volk verder emotioneel opgejut omdat hij doorhad dat je op basis van dat ressentiment verkozen kunt raken.
In Het ressentiment in de moraal schreef filosoof Max Scheler zowat een eeuw geleden dat de wraakimpuls het belangrijkste vertrekpunt vormt voor de ontwikkeling van ressentiment. Wraak is een doelgerichte tegenreactie. Wie wraak wil nemen, treedt pas in actie wanneer een geschikt moment zich voordoet. Aan wraak gaat vaak langdurige onmacht of krenking vooraf, zoals het gevoel dat je een tijdlang buitenspel gezet bent. Wie dan plots de kans ziet om toe te slaan, grijpt die met twee handen. Wraak nemen lucht op, althans voor een tijdje. Dan slaat voor even het gevoel van machteloosheid om in macht. Politiek gesproken betekent het dat je het gevoel krijgt dat jouw stem meetelt. En daarover gaat democratie.
Elke politicus die er vandaag in slaagt om dit ressentiment aan te wakkeren en het op een bepaald object te laten projecteren – het systeem, de elite, de moslims – heeft een goeie kans om verkozen te raken, wat verder ook zijn programma is. Zo ook Trump.
Deze miljardair is verkozen op de golf van zijn – al dan niet gespeelde – ressentiment waarin een groot deel van de kiezers zich heeft herkend. Dat volstond om te winnen tegen een vrouw die hopeloos op zoek was naar een manier om zichzelf te zijn, maar desondanks toch enkele miljoenen stemmen meer haalde. Van Trump kan ze leren dat hij stemmen heeft behaald door minstens de schijn te wekken naar het volk te hebben geluisterd door gewoon zichzelf te zijn: een man van vlees en bloed die zijn rauwe emoties toonde en zijn gefakete onmacht uitschreeuwde.
Natuurlijk wordt dat volk de dupe van deze president. Het plebs is hoogstens zijn alibi en speelbal om zichzelf verder te verrijken. Als een Caligula kijkt hij vanuit zijn gemarmerd appartement neer op de wereld, terend op de winst van nooit betaalde belastingen.
Hij is de échte elite, behorend tot een klein kransje van mensen met privileges. Zij zullen nu samen een eliteregering vormen die mijlenver afstaat van het volk. De haviken met wie hij zich laat omringen zijn conservatieven, ultraliberalen of mensen die morsige uitlatingen achter de rug hebben. Dat zit goed fout denk je dan, maar de laatste die zich daar zorgen om zal maken, is Trump zelf. Welke figuren hij ook rondom zich verzamelt, aan deze vastgoedmagnaat kleeft vooral onvoorspelbaarheid.
Hoewel te veel eer voor de man, soms doet hij mij denken aan die enigmatische uitspraak van Jahweh uit het Oude Testament: ‘ik ben die ik ben.’ Bijbelvastheid is uiteraard het laatste wat we van Trump mogen verwachten, een aangehouden verwijzing naar zichzelf des te meer. Narcisme dus.
Zou hij weet hebben dat er tussen hem en zijn spiegelbeeld in het water ook nog een wereld staat, met noden en verwachtingen? Misschien moet een journalist hem eens de vraag voorleggen waarmee dictator Mobutu ooit in verlegenheid werd gebracht: Meneer de president, weet u wel hoeveel een brood kost in uw land?Col

Friday, December 2, 2016

Guislainlezing De Zin van Waanzin

Op woensdag 30 november gaf ik een lezing in het kader van een nieuwe tentoonstelling over waanzin in het Gentse Guislainmuseum. Klik hier voor de audio-opname.


De lezing ging vooral over een kleine tekst van Immanuel Kant 'Über die Gebrechen des Kopfs), maar ook over het fenomeen van de 'keisnijder' zoals de afbeelding hieronder toont: de gedachte dat je de domheid/waanzin uit de mens kon halen door een kei uit het hoofd te snijden.