Thursday, December 8, 2016

Geen enkel kind wordt beter in de isoleercel

Na de studiedag in het Vlaams Parlement van 1 december, schreven Freya Vandenbossche, Ariane Bazan, Trees Traversier en mezelf een stuk om de afschaffing van de isoleercel te bepleiten.


Hieronder het stuk. Wie het wil ondertekenen kan dit hier:



Eén op de vijf kinderen in de jeugdzorg zat vorig jaar minstens één keer helemaal alleen in de isoleercel, soms vastgebonden aan het bed (DS 5 december). Geen enkel kind wordt daar beter van. Integendeel: het is eerder de garantie op een nieuw trauma. De wetenschap is eensgezind: isolatie helpt níét. Dat het desondanks gebeurt, is een van de vele ongemakkelijke waarheden van onze jeugdzorg. Ook hulpverleners doen er liever geen beroep op. Velen doen erg hun best het tot een strikt minimum te beperken. En er zijn andere opties, zo bleek vorige week nog op een studiedag die we organiseerden over dwang in de jeugdzorg. De Noorse professor Einar Heiervang getuigde dat eenzame opsluiting in zijn land verboden is voor kinderen onder de 16. Op crisismomenten worden de kinderen wel afgezonderd van de groep, maar altijd in het gezelschap van een begeleider. Een Vlaamse psychiater met veel ervaring in de jeugdhulp, verklaarde dat zij geen gebruikmaakt van isoleercellen. Iemand anders vertelde dat in zijn instelling de isoleercel door verbouwing een tijdje buiten gebruik was. Telkens bleek: makkelijk was het niet, maar dat is isoleren evenmin.
Ook in Vlaanderen kunnen we evolueren naar een volledige afbouw van het eenzaam opsluiten van jongeren en kinderen. Als we maar willen. Volgens een directeur van een orthopedagogische instelling en stafmedewerkers van een groot psychiatrisch centrum is de belangrijkste trigger voor zo'n omslag de mindset, de mensvisie die in de instelling wordt gedeeld.
Die omslag houdt onder meer in dat het directe onvermogen om de ontreddering of de hoge emotie van een kind op te lossen, niet als een mislukking wordt beleefd: gevoelens van machteloosheid zijn onvermijdelijk. Een ex-patiënte getuigde met veel pijn dat van alle ontberingen in isolatie de eenzaamheid het ondraaglijkst was; een familielid beschreef hoe een jong meisje na eenzame isolatie
maandenlang geen woord meer sprak. Als het gaat over psychische ontreddering zijn 'er zijn' en te allen tijde bij de patiënt blijven belangrijker dan het probleem beheersen. Dat besef staat soms haaks op het huidige bemeesteringsideaal. Een architecte in de zaal legde uit hoe met minimale investeringen in bestaande infrastructuren afzonderingsruimtes tot comfortabele, rustige
omgevingen kunnen worden omgebouwd.
De taak van de overheid en van de gemeenschap is duidelijk: er moet voldoende geïnvesteerd worden opdat hulpverleners in staat zouden zijn om bij een ontredderd kind te blijven. Er moet aandacht gaan naar het specifieke karakter van de geestelijke gezondheidszorg, zodat hulpverleners ruimte en steun krijgen om het anders aan te pakken. Naar Noors voorbeeld kan een verbod op eenzame opsluiting onder de 16 jaar aan instellingen steun bieden om zo'n omslag waar te maken. Als het in het buitenland kan, in het belang van kinderen én personeel, waarom zou het dan hier niet kunnen?

Freya Van den Bossche (Vlaams Parlementslid SP.A), Ariane Bazan (hoogleraar klinische psychologie, ULB), Ignaas Devisch
(UGent en Arteveldehogeschool, Medische filosofie en ethiek), Trees Traversier (klinisch psychologe en psychoanalytica)
Voor de volledige lijst ondertekenaars zie standaard.be/isoleercel

Tuesday, December 6, 2016

Column De Standaard 061216: waarom Trump geen nazist maar een narcist is

Ik ben die ik ben

In een recent interview voor Al Jazeera slaat de Amerikaanse criticus Noam Chomsky de nagel op de kop: het is verkeerd een ideologie aan Trump te kleven, of dat nu nazisme of fascisme is, ‘Trump heeft geen andere ideologie dan zichzelf’. Dat maakt van hem een totaal nieuw fenomeen.
Onlangs beëindigde een kleine menigte een tumultueus politiek treffen met ‘heil Trump’. Dat voedde de overtuiging van vele critici dat Trump zelf een nazi is, waardoor we zijn aanbeland in een zoveelste rondje ‘de jaren 30 staan opnieuw voor de deur’. De slogan ‘heil Trump’ maakt van de president elect zelf geen nazi. Ook al valt de sympathie van nazi-groeperingen je niet zomaar te beurt, een nationaalsocialist kun je hem bezwaarlijk noemen. Een fascist is hij evenmin. Daar zijn wat meer voorwaarden voor nodig, zoals het consequent aanhangen van een ideologie. Van deze president elect weet je niet eens of hij überhaupt ideeën heeft en zijn stellingen gaan alle kanten tegelijk op.
Wat is hij dan wel? Een populist? Ook die term is ongelukkig, want natuurlijk is Trump geen man van het volk. Het enige -isme dat we op hem kunnen toepassen, is narcisme. Hij heeft interesse in politiek omdat het geld en macht oplevert en dus zijn ego dient. Als een klein jongetje dat nooit geleerd heeft zijn driftleven in te perken, grijpt hij naar wat hem interesseert. Of het vrouwenborsten zijn of geld, hij scharrelt ernaar.
Natuurlijk is Trump geen man van het volk
Een ander misverstand is dat deze vastgoedmagnaat naar het volk heeft geluisterd. Zijn persoonlijke haat viel gewoon samen met de woede die er jarenlang is ingepompt bij een deel van de Amerikaanse bevolking. Voortbouwend op een duurzaam aangeprate haat tegen het systeem door een leugenfabriek als Fox News of een zweeppartij als de Tea Party, heeft hij een deel van het volk verder emotioneel opgejut omdat hij doorhad dat je op basis van dat ressentiment verkozen kunt raken.
In Het ressentiment in de moraal schreef filosoof Max Scheler zowat een eeuw geleden dat de wraakimpuls het belangrijkste vertrekpunt vormt voor de ontwikkeling van ressentiment. Wraak is een doelgerichte tegenreactie. Wie wraak wil nemen, treedt pas in actie wanneer een geschikt moment zich voordoet. Aan wraak gaat vaak langdurige onmacht of krenking vooraf, zoals het gevoel dat je een tijdlang buitenspel gezet bent. Wie dan plots de kans ziet om toe te slaan, grijpt die met twee handen. Wraak nemen lucht op, althans voor een tijdje. Dan slaat voor even het gevoel van machteloosheid om in macht. Politiek gesproken betekent het dat je het gevoel krijgt dat jouw stem meetelt. En daarover gaat democratie.
Elke politicus die er vandaag in slaagt om dit ressentiment aan te wakkeren en het op een bepaald object te laten projecteren – het systeem, de elite, de moslims – heeft een goeie kans om verkozen te raken, wat verder ook zijn programma is. Zo ook Trump.
Deze miljardair is verkozen op de golf van zijn – al dan niet gespeelde – ressentiment waarin een groot deel van de kiezers zich heeft herkend. Dat volstond om te winnen tegen een vrouw die hopeloos op zoek was naar een manier om zichzelf te zijn, maar desondanks toch enkele miljoenen stemmen meer haalde. Van Trump kan ze leren dat hij stemmen heeft behaald door minstens de schijn te wekken naar het volk te hebben geluisterd door gewoon zichzelf te zijn: een man van vlees en bloed die zijn rauwe emoties toonde en zijn gefakete onmacht uitschreeuwde.
Natuurlijk wordt dat volk de dupe van deze president. Het plebs is hoogstens zijn alibi en speelbal om zichzelf verder te verrijken. Als een Caligula kijkt hij vanuit zijn gemarmerd appartement neer op de wereld, terend op de winst van nooit betaalde belastingen.
Hij is de échte elite, behorend tot een klein kransje van mensen met privileges. Zij zullen nu samen een eliteregering vormen die mijlenver afstaat van het volk. De haviken met wie hij zich laat omringen zijn conservatieven, ultraliberalen of mensen die morsige uitlatingen achter de rug hebben. Dat zit goed fout denk je dan, maar de laatste die zich daar zorgen om zal maken, is Trump zelf. Welke figuren hij ook rondom zich verzamelt, aan deze vastgoedmagnaat kleeft vooral onvoorspelbaarheid.
Hoewel te veel eer voor de man, soms doet hij mij denken aan die enigmatische uitspraak van Jahweh uit het Oude Testament: ‘ik ben die ik ben.’ Bijbelvastheid is uiteraard het laatste wat we van Trump mogen verwachten, een aangehouden verwijzing naar zichzelf des te meer. Narcisme dus.
Zou hij weet hebben dat er tussen hem en zijn spiegelbeeld in het water ook nog een wereld staat, met noden en verwachtingen? Misschien moet een journalist hem eens de vraag voorleggen waarmee dictator Mobutu ooit in verlegenheid werd gebracht: Meneer de president, weet u wel hoeveel een brood kost in uw land?Col

Friday, December 2, 2016

Guislainlezing De Zin van Waanzin

Op woensdag 30 november gaf ik een lezing in het kader van een nieuwe tentoonstelling over waanzin in het Gentse Guislainmuseum. Klik hier voor de audio-opname.


De lezing ging vooral over een kleine tekst van Immanuel Kant 'Über die Gebrechen des Kopfs), maar ook over het fenomeen van de 'keisnijder' zoals de afbeelding hieronder toont: de gedachte dat je de domheid/waanzin uit de mens kon halen door een kei uit het hoofd te snijden.



Wednesday, November 23, 2016

Column De Standaard 22.11.16

Tijd voor levenshulp

In onze omgang met de dood doet zich een merkwaardige paradox voor: terwijl veel mensen de dood zo lang mogelijk uitstellen om alles uit het leven te halen, vragen anderen steeds nadrukkelijker om hun leven vroegtijdig te beëindigen.
Laten we even over de Moerdijk kijken om te begrijpen wat er speelt. Half oktober lanceerde de Nederlandse minister van Gezondheid Edith Schippers (VVD) het voorstel dat mensen met een ‘voltooid leven’ wettelijk de mogelijkheid moeten krijgen om hun leven met medicijnen te beëindigen, begeleid door een speciale ‘stervenshulpverlener’. Met opzienbarende noties zoals ‘levensmoeheid’ of ‘lijden aan het leven’ zou dan in de mogelijkheid worden voorzien dat mensen steun krijgen bij hun stervensproces zonder dat we spreken over euthanasie.
Toen ik dit voorstel in deze krant omschreef als een hellend vlak kreeg ik enkele boze reacties, gaande van ‘ik alleen beslis over mijn leven’ tot ‘moeten we dan zelfmoord plegen misschien?’ Vooral dat laatste argument hoor je vaker: de maatschappij moet mensen assisteren bij hun suïcide, zelfs als ze aan geen enkele ziekte lijden. Doet ze dat niet, dan laat ze hen in de steek en kennen ze mogelijk een mensonwaardig levenseinde.
Stel je voor dat al wie levens-moe is de dood op een wet­telijk schoteltje aangeboden krijgt
Moet wie zelfdoding overweegt een wettelijk alternatief aangeboden krijgen om uit het leven te stappen? En waarheen zou dat ons leiden? Dat zijn lastige vragen omdat niemand zomaar wil sterven én we nooit zomaar iemand mogen laten sterven. Uiteraard is suïcide verschrikkelijk en de manier waarop mensen het doen, is bijna altijd traumatiserend voor de omgeving die radeloos achterblijft. Maar moet een overheid zo nodig allerlei juridische faciliteiten voorzien om ons vroegtijdig te laten sterven wanneer we er geen zin meer in hebben? Van pubers die worstelen met diepdonkere gedachten over mensen in een existentiële crisis, tot bejaarden die zich afvragen wat ze hier nog doen. Dat zijn heel wat mensen die ‘lijden aan het leven’.
Eerder dan te voorzien in een stervenshulpbegeleider pleit ik voor een levenshulpbegeleider en voor een overheid die principieel aan de kant van het leven blijft staan. Stel je voor dat al wie levensmoe is de dood op een wettelijk schoteltje krijgt aangeboden. Wie het leven beu is, verdient aandacht en zorg, en een draad om zich aan het leven vast te klampen. De hele (geestelijke) gezondheidszorg vindt er haar bestaansreden in om ons aan deze zijde van het leven te houden. Welke plaats zou die zorg nog innemen indien ze tegelijk moet meegaan in het assisteren bij levensmoeheid? Hoe dan nog mensen in staat stellen zich duurzaam te weren tegen het gevoel dat het leven soms uitzichtloos is en elk perspectief eruit verdwenen?
Natuurlijk zijn er schrijnende situaties van mensen die een uitzichtloos leven leiden, maar de manifeste mogelijkheid van de dood mag niet als een spook in de zorg ronddwalen. We hebben al een duidelijk afgebakende ontsnappingsroute indien het medische verhaal van de zorg volledig is uitverteld. En ook al is ze voor verbetering vatbaar, de wet op euthanasie en de mogelijkheid tot palliatieve sedatie zijn een verworvenheid. Maar alle andere therapeutische middelen dienen ertoe om ons aan het leven te hechten, niet om ervan weg te lopen. Wie bij aanvang van die zorg al een nooduitgang voorziet, maakt het opbouwen van die hechting lastig, zo niet onmogelijk.
Moeten we ons trouwens niet afvragen waar die golf van levensmoeë mensen vandaan komt en waarom we vroegtijdig sterven steeds meer beschouwen als het toppunt van zelfbeschikking? Wat is er zo ondraaglijk aan een leven leiden? Natuurlijk is het leven vaak tragisch en stelt het ons voor enorm zware momenten, maar indien we ervan uitgaan dat het moet ophouden wanneer het niet langer aan onze wensen voldoet, zullen er bijzonder veel vroegtijdige doden vallen.
Is het niet zo dat wie suïcidaal of levensmoe is tegenkanting moet krijgen in de hoop dat we daarmee een mensenleven kunnen redden? Dat betekent vooral niet dat we de hunker naar de dood niet ernstig moeten nemen of dat we paternalistisch moeten doen. Maar net omdat we hem ernstig nemen, kunnen we die hunker alleen maar weigeren en ernaar streven iemand in staat te stellen opnieuw over zichzelf te beschikken.
Een leven is trouwens zoveel meer dan zelfbeschikking alleen: vertrouwen, ontvankelijkheid, hechting, verwondering, toeval of frustratie. Dat zijn allemaal categorieën die tot het leven behoren en ons individuele leven overstijgen. Hoe sterk uitgebouwd de persoonlijke autonomie ook is, we zullen die afhankelijkheid nooit van ons kunnen afschudden. Zelfbeschikking is een kostbaar goed, maar misschien is het leven pas voltooid wanneer er niets anders meer dan dat overblijft? Kortom, we moeten ons met elkaar bemoeien, en dat is maar goed ook.
Ignaas Devisch doceert medische filosofie en ethiek aan de UGent en de Artevelde-hogeschool. Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.

Tuesday, November 8, 2016

Column in de Standaard van 8 november 2016

Oppergaai in een schijnwereld

Doen de feiten er nog toe? De Amerikaanse presidentsverkiezingen nopen ons die lastige vraag ter harte te nemen. Alles lijkt te draaien rond de corrupte en kille Hillary en de oversekste brulboei Trump. En naargelang van onze smaak kiezen we voor de een of de ander.
De mens achter de politicus centraal stellen, is de rode draad door de Amerikaanse presidentsverkiezingen, minstens sinds de jaren 60. Of het nu Kennedy was dan wel Obama, de persoonlijkheid van de kandidaten liet de kiezer toe zich met hen te identificeren en dat is een sterk wapen om het tot president te schoppen. Telkens was er de hoop dat het daarna met Amerika opnieuw de juiste kant zou opgaan.
Het grote verschil tussen de huidige campagne en die daarvoor is dat beide pretendenten zich haast uitsluitend bezighouden met de persoonlijkheid van de ander. De ander fungeert als een soort negatief spiegelbeeld van wat ze zelf niet willen zijn. Waar Hillary en Donald zelf voor staan, of welke ideeën ze willen uitdragen, lijkt helemaal naar de achtergrond verdwenen. De twee partijen hebben zich uitgeput in het onderuithalen van de tegenstander wegens diens persoonlijkheidskenmerken.
Als je de leugen vaak genoeg herhaalt, krijgt ze een waarheids–gehalte
Mist spuien of met modder gooien is natuurlijk nooit ver weg in politiek Amerika. Maar de cruciale vraag van democratische verkiezingen – ‘en hoe wenst meneer of mevrouw de samenleving te organiseren?’ – is nauwelijks van betekenis. Dat is niet nieuw, maar zelden was het zo doorslaggevend als nu. Het voornaamste punt uit het verkiezingsprogramma van Clinton én Trump is de waarschuwing dat, indien de tegenstander aan de macht komt, de hel zal losbarsten en de toekomst van Amerika op het spel staat. De Ameri­kanen moeten kiezen tussen het beeld van een onbetrouwbare vrouw die het niet meer haalt en dat van een homo erectus wiens woordenboek begint bij de letter p van pussy. Sartre krijgt alweer gelijk: l’enfer, c’est les autres.
Natuurlijk doen sommige feiten er nog steeds toe, maar het opvallende is dat ze niets te maken hebben met het programma van beide kandidaten. Dat heeft gevolgen. Vraag iemand welke kandidaat de voorkeur wegdraagt en je hebt geheid een duidelijk standpunt. Vraag aan diezelfde persoon om vier punten op te sommen uit het programma van hun uitverkorene en stilte zal het gevolg zijn.
We hebben hier te maken met een illustratie van wat Jean Baudrillard, Frans filosoof en socioloog, ooit omschreef als een simulacrum, een soort lege schijnwereld. Hij stelde dat in een beeldcultuur als de onze de realiteit zelf er steeds minder toe doet, omdat de beelden die we in de media oppikken ons wereldbeeld domineren. Of zoals Homer Simp­son, het hoofdpersonage uit de animatiereeks The Simpsons, het in een aflevering zegt: ‘Het is op televisie geweest, dus moet het wel bestaan.’ Het gevolg daarvan is dat wat niet in beeld komt, ook niet meer lijkt te bestaan. Daarom leven we in een simulacre dat de band met de werkelijkheid dreigt te verliezen, aldus Baudrillard
Baudrillards theorie vat samen wat jarenlang op zenders als Fox News is bedreven: als je maar vaak genoeg een stelling herhaalt, krijgt ze een waarheidsgehalte mee, hoe leugenachtig ze ook mag zijn. Zo herinner ik me dat Fox bij de lancering van Obamacare een dag lang ‘Obamacare liegt’ op de achtergrond van alle uitzendingen plaatste. Het debat dat zich op de voorgrond afspeelde over de inhoud van Obamacare, deed er niet meer toe. De slogan op de achtergrond duwde de feitelijke werkelijkheid naar de marge.
Trump, die we er beslist niet van moeten verdenken Baudrillard te lezen, weet als geen ander hoe hij die methode kan inzetten in de race om het Witte Huis. Doelbewust herhaalt hij uitentreuren de riedel over de e-mails van Clinton. De vraag of ze daarmee de wet heeft overtreden, wordt zo verdrongen door het beeld van een onbetrouwbare vrouw. Dat er onderzoek naar die e-mails gebeurt, is voldoende om het simulacre gaande te houden. Zoals Trump gisteren nog uitkraamde: ‘Iedereen weet dat ze schuldig is.’ Geheel in diezelfde lijn verkondigde hij eerder dat, als hij verliest, de verkiezingsresultaten vervalst zullen zijn. Opnieuw haalt het ­simulacre het van de realiteit. Niet de resultaten zoals ze zijn vastgesteld doen ertoe, wel wat de oppergaai er zelf over oreert op televisie.
Wie als kiezer geïnformeerd naar de stembus wil trekken, staat voor een moeilijke, zo niet onmogelijke, opdracht. De strijd om wie de 45ste president van Amerika wordt, heeft alles van een salomonsoordeel. Nu is niet een kind de twistappel, maar de realiteit zelf. Welke presidentskandidaat is bereid de realiteit te redden ten koste van het eigen hachje? Doen de feiten er nog toe of niet, wie zal het zeggen?
Ignaas Devisch doceert medische filosofie en ethiek aan de UGent en de Artevelde-hogeschool. Zijn columnverschijnt tweewekelijks op dinsdag..


Tuesday, November 1, 2016

Ted X Talk on Restlessness

On Friday th of October, I had a Tedx Talk on Restlessness and boredom. Click here for the link on youtube.






Tuesday, October 25, 2016

Ted Talk Antwerp 28/10/16

On Friday evening October 28th, I'm one of the five speakers of TedX Woman in Antwerp, Belgium. General topic of the evening is 'What's about time'.

My talk starts from the question: why do we need to be in balance in order to lead a good life?

And for those who would still want to buy their ticket. Sorry, sold out !